Een beschuldiging die op de lachspieren werkt

.

In het leerplan van de vrijescholen is een culturele schat aan vertelstof opgenomen:

Al naar gelang hun leeftijd worden aan de kinderen sprookjes, fabels, legenden verteld, als ook vele verhalen uit het Oude Testament, mythologieën: uit de Edda, Griekse en Romeinse.
Daarnaast is er nog sprake van een uitgebreide hoeveelheid biografieën. Ook in de leervakken maken de kinderen kennis met een culturele erfenis die zijn neerslag vindt in bijv. ‘De Nederlandse sagen’, wanneer de kinderen aardrijkskunde krijgen: wanneer je in Drenthe woont en (regelmatig) over het Ellertsveld wandelt, is het toch interessant om te weten hoe de reus Ellert (en Brammert) daar huishielden en dat hun naam daar nog voortleeft.

Al in de 5e klas, wanneer de kinderen voor het eerst geschiedenis krijgen, worden ze meegenomen naar de verste oudheid die tot ons spreekt door de oudste geschriften van de mensheid. Te denken valt aan de Indische Veda’s; de Mahabharata, de Baghavad Gita; de Zend-Avesta met de gatha’s van Zarathustra; het Babylonische Gilgamesjepos, Egyptische legenden, w.o. die van Isis en Osiris, uit het Egyptisch dodenboek, enz.

Deze verhalen worden verteld zoals ze ons zijn overgeleverd en in ons taalgebied in vertalingen zijn verschenen.

Voor vrijescholen is de antroposofie een inspiratiebron voor wat betreft opvoeding en onderwijs. Menskundige gezichtspunten worden omgewerkt tot pedagogie, didactiek en methodiek. [1]

Of zoals Steiner zelf verwoordde: [2]

DE OPDRACHT VAN DE ANTROPOSOFIE
Dan zou ik allereerst willen opmerken dat het onderwijs op de vrijeschool op onze kennis van de ontwikkeling van de mens stoelt. Niet waar, de vrijeschool is zeer zeker geen wereldbeschouwelijke school, maar wat aan pedagogische vaardigheid, aan pedagogische methode, pedagogische toepassing van zaken die uit een antroposofisch gestemd zijn, tot stand gebracht kunnen worden, dat moet in de praktijk worden omgezet en aan de vrijeschool ten goede komen.
GA 77a/86
niet vertaald

JUNG
De psychoanalyticus Jung heeft verschillende sprookjes bestudeerd en daarover zijn visie gegeven.
Ook Rudolf Steiner sprak over sprookjes.

THEOLOGIE
Vele theologen hebben al sinds onheuglijke tijden geprobeerd een verklaring te geven voor de eerste scheppingsdagen, zoals ze in de Bijbel worden verteld.
Ook Rudolf Steiner heeft er een voordrachtenreeks aan gewijd: ‘Het Bijbels scheppingsverhaal

JUNG
Jung heeft zich eveneens beziggehouden met ‘mythen’ en er een theorie over gevormd.
Ook Rudolf Steiner heeft zich uitgesproken over ‘mythen’.

In een omvangrijk werk heeft Rudolf Steiner een schets gegeven van een ontwikkeling van mens en wereld: ‘De wetenschap van de geheimen der ziel’

Wanneer hij zijn voordrachtenreeks over de Bijbelse scheppingsdagen houdt, merkt hij op, dat er grote overeenkomsten zijn te vinden tussen de beschrijving van deze scheppingsdagen en wat hij zelf over de wording van mens en wereld zegt in ‘De wetenschap van de geheimen der ziel.’ En dat er in de vele scheppingsmythen die ooit in verschillende volkeren verspreid over de hele wereld, zijn ontstaan vaak dezelfde inhoud verbeeld wordt: letterlijk in beelden gesproken.

Een scheppingsverhaal uit India
‘Toen de tijd sliep in de schoot van de eeuwigheid, was de ruimte vervuld van duisternis, waarin het leven onbewust klopte. De zeven heersers waren de scheppers van de vorm uit het niets. Hun stralen doordrongen de oneindigheid en beroerden de kiem die in de duisternis sluimerde. De kiem bewoog en werd warmte en licht. En uit de kiem ontsprongen de krachten in de ruimte. De scheppers verzamelden de vurige stof en balden ze samen tot kogels van vuur. Ze bliezen de kogels het leven in en zetten ze in beweging in de ruimte. En de koude maakten ze warm en de droogte maakten ze vochtig. En de gloed maakten ze koel. Zo werkten de zeven scheppers van de ene schemering tot de andere. Toen daalden ze af naar de stralende aarde, om er mensen te zijn.’

Wie zich verdiept heeft in zowel ‘De wetenschap van de geheimen der ziel’ en ‘Het bijbels scheppingsverhaal’ zal zeker in deze Indische mythe overeenkomstige beelden zien.

Om deze mythe te kunnen vertellen, is het niet nodig om je met Steiner bezig te houden, net zo min als het nodig is om je met Jung uiteen te zetten.
En dat geldt zeer zeker ook voor het vertellen van ‘de schepping’; het is niet nodig wie dan ook erop na te slaan. Je kunt de verhalen vertellen in hun oorspronkelijkheid – al hebben vele schrijvers er – in de kinderbijbel – voor de kinderen een begrijpelijker verhaal van gemaakt.

Wanneer vrijeschoolleerkrachten verhalen aan de kinderen vertellen, vertellen ze die, zoals iedereen, dus zoals die verhalen overgeleverd zijn, tot ons gekomen zijn.

RAMON DE JONGHE
De Vlaamse criticaster Ramon De Jonghe die een hele methode heeft ontwikkeld om Steiner, de antroposofie en de vrijscholen in diskrediet te brengen, ziet dat heel anders:

Omdat, zo is de betoogtrant van De Jonghe, Steiner er iets over heeft gezegd, omdat er dus iets ‘antroposofisch’ over is te zeggen, breng je, ook wanneer je hiervan volledig onkundig bent, antroposofie over op het kind.

SJOEMELGEDACHTEN
Omdat ook Jung er iets over heeft gezegd, worden de kinderen – in diezelfde redeneertrant van De Jonghe die we toch wel ‘krom’ kunnen noemen – geïndoctrineerd met de leer van de psychoanalyse.

Nog vóór Steiner was geboren en nog vóór hij zijn voordrachtenreeks over ‘De schepping’ had gehouden, hebben duizenden mensen aan kinderen over deze scheppingsdagen verteld. Gewoon, zoals die verhalen in de Bijbel staan opgetekend.
Precies zoals vrijeschoolleerkrachten deze verhalen vertellen aan de kinderen van de 3e klas.

De vertellers van vóór Steiner hebben in de ogen van De Jonghe hun kinderen dus geïndoctrineerd met wat Steiner er later over ging zeggen.

En dat geldt natuurlijk ook voor de genoemde Indische mythe.

Wat kopt De Jonghe boven een artikel:

De mythe als instrument om antroposofie te onderwijzen

Wie op de hoogte is van wat Jung over de mythe zei en wat hij van Steiner vond, weet dat Jung het hiermee volledig oneens zou zijn.

Maar het allerbelachelijkst is nog dit:

Dagelijks vertellen vele christelijke ouders de Bijbelse scheppingsverhalen. Die zouden nu, omdat Steiner er iets over gezegd heeft, hun kinderen met antroposofie indoctrineren.

Want, aldus De Jonghe:

Een antroposofisch leraar legt uit hoe kinderen in de antroposofische school worden onderwezen in antroposofie.

Wat ik uitleg is dat een willekeurige mythe – in zijn oorspronkelijkheid opgetekend en als zodanig verteld, wellicht te duiden is met antroposofische inzichten of met de gezichtspunten van Jung of van anderen die zich gewaagd hebben aan een verklaring.

Als mythe heeft deze NIETS met Steiner of Jung of anderen van doen. Hij is er gewoon als mythe, niets meer en niets minder.

Er zijn nog talloze andere mythen die wellicht beter begrepen kunnen worden met verklaringen van derden.

Maar kinderen op de vrijeschool krijgen geen uitleg over verhalen: ze worden simpelweg verteld.

Een antroposofisch leraar legt uit  hoe kinderen in de antroposofische school worden onderwezen in antroposofie.

Dat is toch niet meer dan een PRIETPRAATREDENERING, een SJOEMELBERICHT en NEPNIEUWS

nog aangedikt door De Jonghe door te beweren:

-dat deze mythe veelvuldig gebruikt wordt-

Maar hoe weet De Jonghe dat?

Dat weet hij niet. Hij is echter naarstig op zoek naar een nieuwe mythe om zijn idiote bewering te staven dat het geschiedenisonderwijs in klas 5 een ‘paard van Troje’ is ‘om Steiners mens- en wereldbeeld het onderwijs binnen te loodsen’.

Hij had daarvoor eerst een andere mythe – van ‘Manoe en de vis’. Eveneens een Indische mythe die de aanvang van de oer-Indische cultuur aanduidt.

Rudolf Steiner spreekt ook over een Manoe, dus voor de kortzichtdenker De Jonghe weer aanleiding om te beweren dat de vrijeschoolleerkracht die deze mythe vertelt, de kinderen wil……ja, ja: indoctrineren.

Op zijn diverse blogs/sites laat De Jonghe zich lovend uit over de Vlaamse steinerpedagoog Luc Cielen die veel van Steiners pedagogie waardevol vindt, maar kritisch staat t.o.v. ‘antroposofie in het onderwijs’ [3]

Nu heeft Cielen in zijn geschiedenislessen ook plaats ingeruimd om de mythe van Manoe en de vis aan de kinderen te vertellen.

Voor De Jonghe staat Cielen boven elke verdenking van kinderen te willen indoctrineren.

Dat betekent dat De Jonghes interpretatie van dit Manoeverhaal naar het oud papier kan, maar ook

DAT DE BASIS ONDER ZIJN ‘PAARD VAN TROJE’ IS WEGGEVALLEN

Dat zal de listige leugentjesschrijver natuurlijk nooit toegeven en dus wordt er snel een nieuwe mythe gezocht.

In ‘7000 jaar wereldgeschiedenis’ vind je de bovengenoemde Indische scheppingsmythe in een speciaal kadertje, met een aparte kleur.

Dat hebben de samenstellers vast gedaan toen ze door de beslagen bril van De Jonghe keken: om de lezer – van jong tot oud – te indoctrineren met antroposofie……………

[1] zie bijv.  [1]   [2]   [3]

[2] Steiner over antroposofie in het vrijeschoolonderwijs

[3] zie [1]   [2]

 

De antroposofische school van Ramon De Jonghe

Antroposofie viraal

VRIJESCHOOLpedagogisch-didactische achtergronden

VRIJESCHOOL in beeld

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s